- Taal
- Engels
- Niveau
- A2
- Eenheid
- Nouns, articles, and quantifiers
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
Meervoudige zelfstandige naamwoorden in het Engels geven aan dat er meer dan één persoon, dier, ding of idee is.
Wanneer je het gebruikt
Gebruik het meervoud in het Engels als je praat over meer dan één object, persoon of dier.
Belangrijke vormen
- Voeg -s toe: cat → cats
- Voeg -es toe: bus → buses
- Verander y in -ies: baby → babies
Voorbeelden
I have two cats.
Nederlands: Ik heb twee katten.
There are many buses.
Nederlands: Er zijn veel bussen.
The babies are sleeping.
Nederlands: De baby's slapen.
We saw three dogs.
Nederlands: We zagen drie honden.
Tips
- De meeste zelfstandige naamwoorden krijgen -s in het meervoud.
- Woorden die eindigen op -s, -sh, -ch, -x of -o krijgen meestal -es.
- Let op: sommige woorden veranderen helemaal in het meervoud.
Uitzonderingen en randgevallen
- Sommige woorden zijn onregelmatig: man → men, woman → women, child → children, mouse → mice, foot → feet.
- Sommige woorden veranderen niet: sheep → sheep, deer → deer.