Ik vergis me.
- Taal
- Nederlands
- Niveau
- B2
- Eenheid
- Voornaamwoorden en congruentie
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
Reflexieve voornaamwoorden zijn woorden zoals 'me', 'je', 'zich', die je gebruikt als het onderwerp en het voorwerp van het werkwoord dezelfde persoon zijn.
Wanneer je het gebruikt
Je gebruikt reflexieve voornaamwoorden in het Nederlands wanneer iemand iets bij zichzelf doet, bijvoorbeeld zich wassen, zich herinneren of zich haasten. Veel werkwoorden zijn reflexief en hebben een reflexief voornaamwoord nodig.
Belangrijke vormen
- me
- je
- zich
- ons
- je
Voorbeelden
Jij haast je naar school.
Zij schaamt zich.
Wij herinneren ons de afspraak.
Jullie wassen je elke ochtend.
Tips
- Niet alle werkwoorden zijn reflexief; controleer of het werkwoord een reflexief voornaamwoord nodig heeft.
- Het reflexief voornaamwoord verandert mee met het onderwerp.
- 'zich' wordt gebruikt voor de derde persoon enkelvoud en meervoud.
Uitzonderingen en randgevallen
- Sommige werkwoorden kunnen reflexief of niet-reflexief zijn, afhankelijk van de betekenis (bijvoorbeeld 'herinneren' of 'herinneren zich').
- Een paar werkwoorden gebruiken een reflexief voornaamwoord, ook als de handeling niet echt reflexief is.