Taal
Nederlands
Niveau
B2
Eenheid
Overige constructies en zinsdelen
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Wederkerende werkwoorden zijn werkwoorden waarbij het onderwerp de handeling op zichzelf uitvoert. Ze worden gebruikt met een wederkerend voornaamwoord, meestal 'zich'.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik wederkerende werkwoorden wanneer iemand iets bij zichzelf doet, zoals zich wassen, zich herinneren of zich haasten. Sommige werkwoorden zijn altijd wederkerend, andere alleen in bepaalde situaties.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Ik vergis me.

Zij schaamt zich.

Wij haasten ons naar school.

Jullie herinneren je de afspraak.

Hij scheert zich elke ochtend.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen