Taal
Nederlands
Niveau
B2
Eenheid
Werkwoordsvormen en tijden
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

De verleden toekomende tijd in het Nederlands gebruik je om te praten over iets dat in het verleden in de toekomst zou gebeuren.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik deze vorm als je wilt aangeven dat iets gepland was of verwacht werd te gebeuren na een bepaald moment in het verleden. Ook als je praat over beloften of voorspellingen die in het verleden zijn gedaan.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Ik dacht dat hij zou komen.

We zouden gisteren naar het strand gaan.

Zij zei dat ze het boek zou lezen.

Hij was van plan te vertrekken.

Jullie zouden samen eten.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen