Taal
Nederlands
Niveau
B1
Eenheid
Voorzetsels
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Voorzetsels van tijd zijn woorden die aangeven wanneer iets gebeurt. Ze geven informatie over het tijdstip, de periode of de duur van een gebeurtenis.

Wanneer je het gebruikt

Je gebruikt deze voorzetsels om aan te geven wanneer iets gebeurt, hoe lang het duurt, wanneer het begint of eindigt, of om een periode te beschrijven.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Ik sta om 7 uur op.

We gaan op zaterdag naar de markt.

In de winter is het koud.

Van maandag tot vrijdag werk ik.

Na het eten wandelen we.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen