Ik sta om 7 uur op.
- Taal
- Nederlands
- Niveau
- B1
- Eenheid
- Voorzetsels
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
Voorzetsels van tijd zijn woorden die aangeven wanneer iets gebeurt. Ze geven informatie over het tijdstip, de periode of de duur van een gebeurtenis.
Wanneer je het gebruikt
Je gebruikt deze voorzetsels om aan te geven wanneer iets gebeurt, hoe lang het duurt, wanneer het begint of eindigt, of om een periode te beschrijven.
Belangrijke vormen
- in (in de zomer, in 2020)
- op (op maandag, op 5 mei)
- om (om 8 uur)
- van ... tot ... (van maandag tot vrijdag)
- na (na het werk)
- voor (voor het eten)
- tijdens (tijdens de les)
- sinds (sinds 2015)
Voorbeelden
We gaan op zaterdag naar de markt.
In de winter is het koud.
Van maandag tot vrijdag werk ik.
Na het eten wandelen we.
Tips
- Gebruik 'op' bij specifieke dagen en data (op maandag, op 1 januari).
- Gebruik 'in' bij maanden, jaren en seizoenen (in juli, in 2021, in de lente).
- Gebruik 'om' alleen bij exacte tijdstippen (om 3 uur, om half negen).
Uitzonderingen en randgevallen
- Bij 'nacht' gebruik je 'in de nacht', niet 'op de nacht'.
- Geen voorzetsel bij 'volgende week', 'vorige maand', enzovoort (gewoon: volgende week, vorige maand).