Kun je me vertellen waar het station is?
- Taal
- Nederlands
- Niveau
- B1
- Eenheid
- Negatie, vragen en speciale constructies
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
Indirecte vragen zijn zinnen waarin je een vraag op een beleefde of indirecte manier stelt, vaak binnen een andere zin. De woordvolgorde is anders dan bij directe vragen.
Wanneer je het gebruikt
Gebruik indirecte vragen als je iets beleefd wilt vragen, een vraag wilt rapporteren, of als je ergens niet zeker van bent. Ze komen vaak voor in formele situaties of als je niet te direct wilt zijn.
Belangrijke vormen
- Begin met: of, wat, waar, wanneer, hoe, waarom, wie
- Geen inversie: het werkwoord staat aan het einde van de bijzin
- Geen vraagteken aan het einde
Voorbeelden
Ik weet niet of hij thuis is.
Ze vraagt wanneer de trein vertrekt.
Weet je hoe laat het is?
Tips
- In een indirecte vraag staat het werkwoord aan het einde van de zin.
- Zet geen vraagteken aan het einde van een indirecte vraag.
- Gebruik 'of' bij ja/nee-vragen en woorden als 'waar', 'wat', 'hoe' bij informatievragen.