Taal
Nederlands
ERK-niveau
A1
Thema
Dagelijkse Ruimtes en Richtingen
Gekoppelde cursus
Nederlands A1

Kernwoorden

Voorbeelden binnen het onderwerp

Zij draagt een mooie rok.

Engels: She wears a nice skirt.

Zij dragen blauwe broeken.

Engels: They wear blue trousers.

De liniaal ligt op tafel.

Engels: The ruler is on table.

Verder verkennen