Ich habe vergessen, das Fenster zu schließen.
Nederlands: Ik ben vergeten het raam te sluiten.
Infinitiefconstructies met 'zu' in het Duits zijn zinnen waarin je het werkwoord in de infinitief samen met 'zu' gebruikt. Dit gebeurt vaak na bepaalde werkwoorden, bijvoeglijke naamwoorden of zelfstandige naamwoorden.
Je gebruikt deze constructie na bepaalde werkwoorden ('beginnen', 'vergessen', 'hoffen'), bijvoeglijke naamwoorden ('schwer', 'wichtig') of zelfstandige naamwoorden om een doel, intentie of noodzaak uit te drukken.
Ich habe vergessen, das Fenster zu schließen.
Nederlands: Ik ben vergeten het raam te sluiten.
Es ist schwer, Deutsch zu lernen.
Nederlands: Het is moeilijk om Duits te leren.
Wir planen, am Wochenende zu reisen.
Nederlands: We zijn van plan om in het weekend te reizen.
Er versucht, pünktlich zu sein.
Nederlands: Hij probeert op tijd te zijn.