Taal
Duits
Niveau
B2
Eenheid
Infinitiv- und Partizipialkonstruktionen
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Infinitiefconstructies met 'zu' in het Duits zijn zinnen waarin je het werkwoord in de infinitief samen met 'zu' gebruikt. Dit gebeurt vaak na bepaalde werkwoorden, bijvoeglijke naamwoorden of zelfstandige naamwoorden.

Wanneer je het gebruikt

Je gebruikt deze constructie na bepaalde werkwoorden ('beginnen', 'vergessen', 'hoffen'), bijvoeglijke naamwoorden ('schwer', 'wichtig') of zelfstandige naamwoorden om een doel, intentie of noodzaak uit te drukken.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Ich habe vergessen, das Fenster zu schließen.

Nederlands: Ik ben vergeten het raam te sluiten.

Es ist schwer, Deutsch zu lernen.

Nederlands: Het is moeilijk om Duits te leren.

Wir planen, am Wochenende zu reisen.

Nederlands: We zijn van plan om in het weekend te reizen.

Er versucht, pünktlich zu sein.

Nederlands: Hij probeert op tijd te zijn.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen