- Taal
- Duits
- Niveau
- B2
- Eenheid
- Verbformen und Modi
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
Modale werkwoorden in de Konjunktiv (aanvoegende wijs) in het Duits worden gebruikt om wensen, mogelijkheden, beleefde verzoeken of onwerkelijke situaties uit te drukken. De belangrijkste modale werkwoorden zijn: 'können', 'dürfen', 'müssen', 'sollen', 'wollen' en 'mögen'.
Wanneer je het gebruikt
Gebruik modale werkwoorden in de Konjunktiv om te praten over hypothetische situaties, beleefde verzoeken, wensen en dingen die niet echt zijn maar wel mogelijk.
Belangrijke vormen
- ich könnte, du könntest, er/sie/es könnte, wir könnten, ihr könntet, sie/Sie könnten
- ich dürfte, du dürftest, er/sie/es dürfte, wir dürften, ihr dürftet, sie/Sie dürften
- ich müsste, du müsstest, er/sie/es müsste, wir müssten, ihr müsstet, sie/Sie müssten
- ich sollte, du solltest, er/sie/es sollte, wir sollten, ihr solltet, sie/Sie sollten
- ich wollte, du wolltest, er/sie/es wollte, wir wollten, ihr wolltet, sie/Sie wollten
- ich möchte, du möchtest, er/sie/es möchte, wir möchten, ihr möchtet, sie/Sie möchten
Voorbeelden
Ich könnte morgen kommen.
Nederlands: Ik zou morgen kunnen komen.
Du dürftest hier bleiben.
Nederlands: Jij zou hier mogen blijven.
Er müsste mehr lernen.
Nederlands: Hij zou meer moeten leren.
Wir sollten früher gehen.
Nederlands: Wij zouden eerder moeten gaan.
Sie möchte ein Eis essen.
Nederlands: Zij zou graag een ijsje willen eten.
Tips
- Let op de uitgangen met -te en op de umlaut (ö, ü, ä) in de stam.
- 'Möchte' is de Konjunktiv-vorm van 'mögen' en wordt vaak gebruikt voor beleefde verzoeken.
- Verwar de Konjunktiv-vormen niet met de verleden tijd; ze lijken op elkaar maar betekenen iets anders.
Uitzonderingen en randgevallen
- Bij 'wollen' en 'sollen' komt er geen umlaut in de Konjunktiv.
- 'Mögen' wordt bijna alleen als 'möchte' gebruikt om een wens of beleefd verzoek uit te drukken.