Ich warte auf den Bus.
Nederlands: Ik wacht op de bus.
In het Duits worden sommige werkwoorden altijd met een vaste voorzetsel gebruikt. Dit heet 'werkwoorden met voorzetsels'. Het voorzetsel hoort bij het werkwoord en kan de betekenis veranderen.
Gebruik deze structuur wanneer een Duits werkwoord altijd een bepaald voorzetsel nodig heeft. Het voorzetsel bepaalt vaak de naamval (Akkusativ of Dativ) van het volgende woord.
Ich warte auf den Bus.
Nederlands: Ik wacht op de bus.
Sie denkt an ihre Freunde.
Nederlands: Zij denkt aan haar vrienden.
Wir sprechen mit dem Lehrer.
Nederlands: Wij spreken met de leraar.
Er interessiert sich für Musik.
Nederlands: Hij interesseert zich voor muziek.
De gekozen woordenschat-, grammatica- en uitspraakpagina van vandaag voor Duits. Bewaar deze sectie — hij wordt elke dag bijgewerkt.
Abonneer je op dagelijkse SmartWords-keuzes. Kies de onderwerpen die je wilt — we sturen één kort e-mailtje per dag.
Zes woordspellen gebouwd op onze echte woordenschat — gratis in de browser, geen installatie nodig.
Open de spelhub →
Match het middelste woord onder tijdsdruk en houd je combo vast.
Speel nu →
Vlieg door de juiste poort voordat de snelheid opvoert.
Speel nu →
Snijd de woorden in de doeltaal, ontwijk de afleider in de hoofdtaal en ga voor het aangekondigde bonusdoel.
Speel nu →
Volg één pad over het bord, raak elk letterankerpunt op volgorde en vul elk open vakje.
Speel nu →
Kies het woord dat niet past uit een thematische set — elke tik toont meteen alle vier betekenissen en afbeeldingen, zodat de ronde ook een flashcard wordt.
Speel nu →
Draai kaarten om en koppel woorden in de doeltaal aan hun betekenis in de hoofdtaal voordat je levens op zijn.
Speel nu →