Taal
Duits
Niveau
B1
Eenheid
Satzstruktur und Wortstellung
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

In het Duits is de woordvolgorde (Satzstellung) erg belangrijk. Er zijn duidelijke regels voor de plaats van het werkwoord in hoofd- en bijzin en in vragen.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik deze regels voor correcte Duitse zinnen: hoofdzin voor gewone mededelingen, bijzin na woorden als 'weil', 'dass', 'wenn', en werkwoord vooraan bij ja/nee-vragen of bevelen.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Ich gehe heute ins Kino.

Nederlands: Ik ga vandaag naar de bioscoop.

Heute gehe ich ins Kino.

Nederlands: Vandaag ga ik naar de bioscoop.

Weil ich müde bin, bleibe ich zu Hause.

Nederlands: Omdat ik moe ben, blijf ik thuis.

Gehst du heute ins Kino?

Nederlands: Ga je vandaag naar de bioscoop?

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen