Ich gehe heute ins Kino.
Nederlands: Ik ga vandaag naar de bioscoop.
In het Duits is de woordvolgorde (Satzstellung) erg belangrijk. Er zijn duidelijke regels voor de plaats van het werkwoord in hoofd- en bijzin en in vragen.
Gebruik deze regels voor correcte Duitse zinnen: hoofdzin voor gewone mededelingen, bijzin na woorden als 'weil', 'dass', 'wenn', en werkwoord vooraan bij ja/nee-vragen of bevelen.
Ich gehe heute ins Kino.
Nederlands: Ik ga vandaag naar de bioscoop.
Heute gehe ich ins Kino.
Nederlands: Vandaag ga ik naar de bioscoop.
Weil ich müde bin, bleibe ich zu Hause.
Nederlands: Omdat ik moe ben, blijf ik thuis.
Gehst du heute ins Kino?
Nederlands: Ga je vandaag naar de bioscoop?