Taal
Duits
Niveau
B1
Eenheid
Satzstruktur und Wortstellung
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Een 'Aussagesatz' in het Duits is een mededelende zin. Je gebruikt deze om informatie, feiten of meningen te geven.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik een Aussagesatz in het Duits als je iets wilt vertellen, beschrijven of een feit wilt geven.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Ich wohne in Berlin.

Nederlands: Ik woon in Berlijn.

Er liest ein Buch.

Nederlands: Hij leest een boek.

Wir haben Hunger.

Nederlands: Wij hebben honger.

Das Wetter ist schön.

Nederlands: Het weer is mooi.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen