Ich wohne in Berlin.
Nederlands: Ik woon in Berlijn.
Een 'Aussagesatz' in het Duits is een mededelende zin. Je gebruikt deze om informatie, feiten of meningen te geven.
Gebruik een Aussagesatz in het Duits als je iets wilt vertellen, beschrijven of een feit wilt geven.
Ich wohne in Berlin.
Nederlands: Ik woon in Berlijn.
Er liest ein Buch.
Nederlands: Hij leest een boek.
Wir haben Hunger.
Nederlands: Wij hebben honger.
Das Wetter ist schön.
Nederlands: Het weer is mooi.
De gekozen woordenschat-, grammatica- en uitspraakpagina van vandaag voor Duits. Bewaar deze sectie — hij wordt elke dag bijgewerkt.
Abonneer je op dagelijkse SmartWords-keuzes. Kies de onderwerpen die je wilt — we sturen één kort e-mailtje per dag.
Zes woordspellen gebouwd op onze echte woordenschat — gratis in de browser, geen installatie nodig.
Open de spelhub →
Match het middelste woord onder tijdsdruk en houd je combo vast.
Speel nu →
Vlieg door de juiste poort voordat de snelheid opvoert.
Speel nu →
Snijd de woorden in de doeltaal, ontwijk de afleider in de hoofdtaal en ga voor het aangekondigde bonusdoel.
Speel nu →
Volg één pad over het bord, raak elk letterankerpunt op volgorde en vul elk open vakje.
Speel nu →
Kies het woord dat niet past uit een thematische set — elke tik toont meteen alle vier betekenissen en afbeeldingen, zodat de ronde ook een flashcard wordt.
Speel nu →
Draai kaarten om en koppel woorden in de doeltaal aan hun betekenis in de hoofdtaal voordat je levens op zijn.
Speel nu →