Das spielende Kind lacht.
Nederlands: Het spelende kind lacht.
In het Duits zijn 'Partizipien' speciale werkwoordsvormen die als bijvoeglijk naamwoord gebruikt kunnen worden of bepaalde tijden vormen.
Partizip I wordt gebruikt om iets of iemand te beschrijven die een actie uitvoert (als bijvoeglijk naamwoord). Partizip II gebruik je voor samengestelde tijden (zoals Perfekt, Plusquamperfekt, Passiv) of als bijvoeglijk naamwoord voor een voltooide handeling.
Das spielende Kind lacht.
Nederlands: Het spelende kind lacht.
Die gekochte Suppe ist heiß.
Nederlands: De gekookte soep is heet.
Ich habe das Buch gelesen.
Nederlands: Ik heb het boek gelezen.
Die geschlossene Tür ist rot.
Nederlands: De gesloten deur is rood.