Taal
Duits
Niveau
B1
Eenheid
Adjektive und Adverbien
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

In het Duits zijn 'Zeitangaben' woorden of uitdrukkingen waarmee je aangeeft wanneer iets gebeurt. Ze geven tijd, duur of het begin van een handeling aan.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik 'Zeitangaben' in het Duits om te vertellen op welk moment iets gebeurt, hoe lang het duurt of sinds wanneer het gebeurt. Ze zijn belangrijk in gesprekken, afspraken en om routines te beschrijven.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Ich stehe jeden Tag um 7 Uhr auf.

Nederlands: Ik sta elke dag om 7 uur op.

Am Wochenende gehe ich ins Kino.

Nederlands: In het weekend ga ik naar de bioscoop.

Im Winter ist es kalt.

Nederlands: In de winter is het koud.

Wir bleiben für zwei Wochen in Berlin.

Nederlands: We blijven twee weken in Berlijn.

Seit 2018 lerne ich Deutsch.

Nederlands: Sinds 2018 leer ik Duits.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen