Ich stehe jeden Tag um 7 Uhr auf.
Nederlands: Ik sta elke dag om 7 uur op.
In het Duits zijn 'Zeitangaben' woorden of uitdrukkingen waarmee je aangeeft wanneer iets gebeurt. Ze geven tijd, duur of het begin van een handeling aan.
Gebruik 'Zeitangaben' in het Duits om te vertellen op welk moment iets gebeurt, hoe lang het duurt of sinds wanneer het gebeurt. Ze zijn belangrijk in gesprekken, afspraken en om routines te beschrijven.
Ich stehe jeden Tag um 7 Uhr auf.
Nederlands: Ik sta elke dag om 7 uur op.
Am Wochenende gehe ich ins Kino.
Nederlands: In het weekend ga ik naar de bioscoop.
Im Winter ist es kalt.
Nederlands: In de winter is het koud.
Wir bleiben für zwei Wochen in Berlin.
Nederlands: We blijven twee weken in Berlijn.
Seit 2018 lerne ich Deutsch.
Nederlands: Sinds 2018 leer ik Duits.