Taal
Duits
Niveau
A1
Eenheid
Verben und Verbformen
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

In het Duits zijn er 'scheidbare werkwoorden' (trennbare Verben). Deze werkwoorden hebben een voorvoegsel dat in de hoofdzin naar het einde van de zin gaat.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik deze werkwoorden in dagelijkse situaties als het werkwoord een voorvoegsel heeft (zoals 'auf-', 'an-', 'ein-') dat de betekenis verandert. In de tegenwoordige tijd en bij bevelen staat het voorvoegsel achteraan.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Ich stehe jeden Morgen um 6 Uhr auf.

Nederlands: Ik sta elke ochtend om 6 uur op.

Wir rufen dich später an.

Nederlands: We bellen je later op.

Er macht die Tür auf.

Nederlands: Hij doet de deur open.

Zieh bitte deine Schuhe aus!

Nederlands: Doe alsjeblieft je schoenen uit!

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen