Ich sehe einen alten Hund.
Nederlands: Ik zie een oude hond.
Adjectiefverbuiging na een onbepaald lidwoord in het Duits betekent dat het bijvoeglijk naamwoord (zoals 'klein', 'schön') een andere uitgang krijgt als het na 'ein', 'eine' of 'kein' komt. De uitgang hangt af van het geslacht, de naamval en het getal van het zelfstandig naamwoord.
Je gebruikt deze vorm als er een bijvoeglijk naamwoord direct na een onbepaald lidwoord ('ein', 'eine', 'kein') en voor een zelfstandig naamwoord staat. Het bijvoeglijk naamwoord krijgt dan een speciale uitgang, afhankelijk van geslacht, naamval en getal.
Ich sehe einen alten Hund.
Nederlands: Ik zie een oude hond.
Sie hat eine neue Tasche.
Nederlands: Zij heeft een nieuwe tas.
Wir kaufen ein großes Auto.
Nederlands: Wij kopen een grote auto.
Er liest keine langen Bücher.
Nederlands: Hij leest geen lange boeken.