- Taal
- Frans
- Niveau
- B1
- Eenheid
- Temps et modes verbaux
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
Het Franse 'conditionnel présent' is een werkwoordstijd die gebruikt wordt om uit te drukken wat zou gebeuren onder bepaalde voorwaarden, of om beleefd te vragen of te suggereren.
Wanneer je het gebruikt
Gebruik de 'conditionnel présent' om te praten over hypothetische situaties, wensen, mogelijkheden, of om beleefd te vragen of voorstellen te doen.
Belangrijke vormen
- Infinitief van het werkwoord + uitgangen: -ais, -ais, -ait, -ions, -iez, -aient
- Voorbeeld: aimer → j'aimerais, tu aimerais, il/elle aimerait, nous aimerions, vous aimeriez, ils/elles aimeraient
Voorbeelden
Je voudrais un café.
Nederlands: Ik zou graag een koffie willen.
Si j'avais le temps, je voyagerais plus.
Nederlands: Als ik tijd had, zou ik meer reizen.
Nous pourrions aller au cinéma ce soir.
Nederlands: We zouden vanavond naar de bioscoop kunnen gaan.
Tu devrais étudier davantage.
Nederlands: Je zou meer moeten studeren.
Tips
- Verwar de uitgangen van het conditionnel présent niet met die van de imparfait. Het conditionnel gebruikt het hele werkwoord als basis.
- Veel veelvoorkomende werkwoorden zijn onregelmatig in de conditionnel présent; leer deze stammen.
- De conditionnel wordt vaak gebruikt na 'si' (als), maar alleen als 'si' gevolgd wordt door de imparfait.
Uitzonderingen en randgevallen
- Sommige werkwoorden hebben onregelmatige stammen, bijvoorbeeld: être → je serais, avoir → j'aurais, aller → j'irais, faire → je ferais, venir → je viendrais, voir → je verrais, pouvoir → je pourrais, devoir → je devrais.