- Taal
- Frans
- Niveau
- B1
- Eenheid
- Adverbes
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
Adverbes de lieu zijn Franse woorden die aangeven waar iets gebeurt of waar iemand of iets is. Ze geven een plaats of richting aan.
Wanneer je het gebruikt
Gebruik Franse adverbes de lieu om te zeggen waar een actie plaatsvindt, waar iets of iemand is, of om een richting aan te geven.
Belangrijke vormen
- ici
- là
- là-bas
- partout
- ailleurs
- dedans
- dehors
- près
- loin
Voorbeelden
Le chat est ici.
Nederlands: De kat is hier.
Je vais là-bas.
Nederlands: Ik ga daarheen.
Il habite près.
Nederlands: Hij woont dichtbij.
Nous restons dedans.
Nederlands: We blijven binnen.
Les enfants jouent dehors.
Nederlands: De kinderen spelen buiten.
Tips
- Het bijwoord van plaats staat meestal na het werkwoord.
- Let op: 'ici' betekent 'hier', 'là-bas' betekent 'daar' – niet hetzelfde!
- 'Près' wordt vaak met 'de' gebruikt als er een zelfstandig naamwoord volgt (bijvoorbeeld: 'près de la gare').
Uitzonderingen en randgevallen
- Sommige bijwoorden zoals 'près' of 'loin' krijgen 'de' voor een zelfstandig naamwoord.
- 'Partout' en 'ailleurs' worden nooit direct met een zelfstandig naamwoord gebruikt.