Je suis étudiant.
Nederlands: Ik ben student.
Franse onderwerpvoornaamwoorden zijn korte woordjes die aangeven wie de actie in de zin uitvoert. Ze staan altijd voor het werkwoord.
Gebruik Franse onderwerpvoornaamwoorden om aan te geven wie iets doet in een zin. In het Frans moet je altijd een onderwerpvoornaamwoord voor het werkwoord plaatsen, ook als het onderwerp al bekend is.
Je suis étudiant.
Nederlands: Ik ben student.
Tu écris une lettre.
Nederlands: Jij schrijft een brief.
Il regarde la mer.
Nederlands: Hij kijkt naar de zee.
Nous mangeons ensemble.
Nederlands: Wij eten samen.
Elles arrivent bientôt.
Nederlands: Zij (vrouwelijk) komen binnenkort.