Je vais au marché demain.
Nederlands: Ik ga morgen naar de markt.
Adverbes de temps zijn Franse woorden die aangeven wanneer iets gebeurt. Ze geven informatie over tijd: nu, gisteren, morgen, altijd, vaak, enzovoort.
Gebruik adverbes de temps in het Frans om te zeggen wanneer een actie plaatsvindt, hoe vaak iets gebeurt of of het al gebeurd is. Ze beantwoorden vragen als 'wanneer?' of 'hoe vaak?'.
Je vais au marché demain.
Nederlands: Ik ga morgen naar de markt.
Il pleut souvent ici.
Nederlands: Het regent hier vaak.
Nous avons déjà mangé.
Nederlands: We hebben al gegeten.
Elle n'est jamais en retard.
Nederlands: Zij is nooit te laat.
Je travaille encore.
Nederlands: Ik werk nog.