Taal
Frans
Niveau
A2
Eenheid
Quantités et comparaisons
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Met Franse hoeveelheidsaanduidingen (zoals 'beaucoup de', 'peu de', 'assez de') geef je aan hoeveel er van iets is.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik deze uitdrukkingen om te zeggen hoeveel er van iets is, bijvoorbeeld bij eten, spullen of mensen. Je geeft aan of er veel, weinig, genoeg of te veel is.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

J'ai beaucoup de livres.

Nederlands: Ik heb veel boeken.

Il y a peu de sucre.

Nederlands: Er is weinig suiker.

Nous avons assez de pain.

Nederlands: We hebben genoeg brood.

Elle mange trop de chocolat.

Nederlands: Zij eet te veel chocolade.

Combien de pommes veux-tu ?

Nederlands: Hoeveel appels wil je?

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen