Taal
Frans
Niveau
A2
Eenheid
Verbes et temps verbaux
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Le futur proche is een Franse tijd om te zeggen dat iets binnenkort gaat gebeuren. Het is een makkelijke manier om over de nabije toekomst te praten.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik le futur proche in het Frans om te praten over dingen die snel gaan gebeuren of die al gepland zijn.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Je vais regarder un film.

Nederlands: Ik ga een film kijken.

Nous allons visiter Paris.

Nederlands: Wij gaan Parijs bezoeken.

Tu vas finir tes devoirs.

Nederlands: Jij gaat je huiswerk afmaken.

Ils vont jouer au football.

Nederlands: Zij gaan voetballen.

Tips

Verder verkennen