Taal
Frans
Niveau
A1
Eenheid
Verbes : présent
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

De tegenwoordige tijd in het Frans (présent de l’indicatif) wordt gebruikt om te praten over wat nu gebeurt, gewoontes en algemene waarheden. Er zijn regelmatige werkwoorden (met vaste uitgangen) en veelgebruikte onregelmatige werkwoorden.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik de présent in het Frans om te zeggen wat nu gebeurt, wat vaak gebeurt of wat altijd waar is.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Je parle français.

Nederlands: Ik spreek Frans.

Tu finis ton travail.

Nederlands: Jij maakt je werk af.

Il va à l’école.

Nederlands: Hij gaat naar school.

Nous sommes heureux.

Nederlands: Wij zijn gelukkig.

Vous faites du sport.

Nederlands: Jullie doen aan sport.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen