Je parle français.
Nederlands: Ik spreek Frans.
Grammaticapagina
Frans-grammaticapagina op niveau A1 over verbes au présent de l’indicatif (groupes réguliers et principaux verbes irréguliers), met regeluitleg, voorbeelden en oefencontext uit SmartWords.
De tegenwoordige tijd in het Frans (présent de l’indicatif) wordt gebruikt om te praten over wat nu gebeurt, gewoontes en algemene waarheden. Er zijn regelmatige werkwoorden (met vaste uitgangen) en veelgebruikte onregelmatige werkwoorden.
Gebruik de présent in het Frans om te zeggen wat nu gebeurt, wat vaak gebeurt of wat altijd waar is.
Je parle français.
Nederlands: Ik spreek Frans.
Tu finis ton travail.
Nederlands: Jij maakt je werk af.
Il va à l’école.
Nederlands: Hij gaat naar school.
Nous sommes heureux.
Nederlands: Wij zijn gelukkig.
Vous faites du sport.
Nederlands: Jullie doen aan sport.