- Taal
- Frans
- Niveau
- A1
- Eenheid
- Pronoms
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
'Pronoms possessifs simples' in het Frans zijn voornaamwoorden die een zelfstandig naamwoord vervangen en laten zien van wie iets is. Ze passen zich aan het geslacht en het aantal van het vervangen zelfstandig naamwoord aan.
Wanneer je het gebruikt
Gebruik Franse bezittelijke voornaamwoorden als je wilt zeggen dat iets van iemand is, zonder het zelfstandig naamwoord te herhalen.
Belangrijke vormen
- le mien, la mienne, les miens, les miennes
- le tien, la tienne, les tiens, les tiennes
- le sien, la sienne, les siens, les siennes
- le nôtre, la nôtre, les nôtres
- le vôtre, la vôtre, les vôtres
- le leur, la leur, les leurs
Voorbeelden
Ce livre est le mien.
Nederlands: Dit boek is van mij.
Voici ta chaise et voilà la mienne.
Nederlands: Hier is jouw stoel en daar is de mijne.
Nos enfants jouent avec les leurs.
Nederlands: Onze kinderen spelen met die van hen.
C'est ta clé ou la sienne ?
Nederlands: Is het jouw sleutel of die van hem/haar?
Tips
- Het voornaamwoord moet overeenkomen in geslacht en aantal met het zelfstandig naamwoord dat het vervangt, niet met de eigenaar.
- Er staat altijd een bepaald lidwoord (le, la, les) voor het bezittelijk voornaamwoord.
- Verwar Franse bezittelijke voornaamwoorden niet met bezittelijke bijvoeglijke naamwoorden (mon, ma, mes).
Uitzonderingen en randgevallen
- Bij 'son, sa, ses' en 'le sien, la sienne, les siens, les siennes' hangt het geslacht af van het object, niet van de eigenaar.