Je suis à Paris.
Nederlands: Ik ben in Parijs.
Het Franse werkwoord 'être' betekent 'zijn'. Het is een van de belangrijkste en meest gebruikte werkwoorden in het Frans.
'Être' gebruik je om te zeggen wie of wat iemand is, om beroepen, nationaliteit, eigenschappen, gevoelens of locaties te beschrijven.
Je suis à Paris.
Nederlands: Ik ben in Parijs.
Tu es fatigué.
Nederlands: Jij bent moe.
Il est professeur.
Nederlands: Hij is leraar.
Nous sommes heureux.
Nederlands: Wij zijn gelukkig.
Vous êtes ici.
Nederlands: U bent hier.