Taal
Frans
Niveau
A1
Eenheid
Verbes : présent
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Het Franse werkwoord 'être' betekent 'zijn'. Het is een van de belangrijkste en meest gebruikte werkwoorden in het Frans.

Wanneer je het gebruikt

'Être' gebruik je om te zeggen wie of wat iemand is, om beroepen, nationaliteit, eigenschappen, gevoelens of locaties te beschrijven.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Je suis à Paris.

Nederlands: Ik ben in Parijs.

Tu es fatigué.

Nederlands: Jij bent moe.

Il est professeur.

Nederlands: Hij is leraar.

Nous sommes heureux.

Nederlands: Wij zijn gelukkig.

Vous êtes ici.

Nederlands: U bent hier.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen