Il y a beaucoup de pain sur la table.
Nederlands: Er ligt veel brood op tafel.
Franse hoeveelheidsaanduidingen zoals 'beaucoup de', 'peu de', 'assez de', enzovoort, gebruik je om aan te geven hoeveel er van iets is.
Gebruik deze uitdrukkingen om te praten over hoeveelheden van bijvoorbeeld eten, spullen of tijd. Ze staan altijd vóór een zelfstandig naamwoord.
Il y a beaucoup de pain sur la table.
Nederlands: Er ligt veel brood op tafel.
Je bois peu de café le matin.
Nederlands: Ik drink 's ochtends weinig koffie.
Nous avons assez de temps.
Nederlands: We hebben genoeg tijd.
Elle veut un peu de sucre.
Nederlands: Zij wil een beetje suiker.