Je mange une pomme.
Nederlands: Ik eet een appel.
In het Frans betekent 'onderwerp-werkwoordovereenkomst' dat het werkwoord verandert om te passen bij het onderwerp (persoon en aantal).
Je gebruikt deze overeenkomst in elke Franse zin. Het werkwoord moet altijd overeenkomen met het onderwerp in persoon (ik, jij, hij/zij, wij, jullie/u, zij) en aantal (enkelvoud/meervoud).
Je mange une pomme.
Nederlands: Ik eet een appel.
Tu regardes la télévision.
Nederlands: Jij kijkt televisie.
Il chante.
Nederlands: Hij zingt.
Nous aimons le chocolat.
Nederlands: Wij houden van chocolade.
Elles jouent dans le parc.
Nederlands: Zij spelen in het park.