- Taal
- Engels
- Niveau
- A2
- Eenheid
- Questions and answers
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
Wh- vragen in het Engels zijn vragen die beginnen met een vraagwoord zoals who, what, where, when, why of how. Deze woorden vragen om specifieke informatie.
Wanneer je het gebruikt
Gebruik Wh- vragen om informatie te vragen over mensen, plaatsen, dingen, tijd, redenen of manieren.
Belangrijke vormen
- Wh- word + auxiliary verb + subject + main verb?
- Voorbeelden: What are you doing? Where do they live? Who is your teacher?
Voorbeelden
Where do you live?
Nederlands: Waar woon jij?
What is your name?
Nederlands: Wat is jouw naam?
Who is your friend?
Nederlands: Wie is jouw vriend?
When does the class start?
Nederlands: Wanneer begint de les?
Why are you happy?
Nederlands: Waarom ben je blij?
Tips
- Na het Wh- woord komt het hulpwerkwoord (do/does/is/are), behalve als 'who' het onderwerp is.
- Gebruik 'do/does' niet met het werkwoord 'to be' (is/are/am).
- Het Wh- woord staat altijd aan het begin van de vraag.
Uitzonderingen en randgevallen
- Als 'who' of 'what' het onderwerp is van de vraag, gebruik je geen hulpwerkwoord. Bijvoorbeeld: 'Who called you?'