I can swim.
Nederlands: Ik kan zwemmen.
'Can' is een Engels woord dat je gebruikt om te zeggen dat iemand iets kan of ergens toe in staat is. Het geeft een vaardigheid aan.
Gebruik 'can' om te zeggen dat jij of iemand anders iets kan, bijvoorbeeld een vaardigheid of een activiteit. Je gebruikt het ook om te vragen of iemand iets kan.
I can swim.
Nederlands: Ik kan zwemmen.
She can speak English.
Nederlands: Zij kan Engels spreken.
We can't drive.
Nederlands: Wij kunnen niet autorijden.
Can you play the piano?
Nederlands: Kun jij piano spelen?