- Taal
- Engels
- Niveau
- A2
- Eenheid
- Questions and answers
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
Een yes/no-vraag in het Engels is een vraag waarop je kunt antwoorden met 'yes' (ja) of 'no' (nee). De vraag begint meestal met een hulpwerkwoord of het werkwoord zelf.
Wanneer je het gebruikt
Gebruik yes/no-vragen om bevestiging te vragen, informatie te controleren of om te weten of iets waar is.
Belangrijke vormen
- Do/Does + onderwerp + stam van het werkwoord? (Do you like apples?)
- Is/Are/Am + onderwerp + ...? (Is he your friend?)
- Have/Has + onderwerp + ...? (Have you finished?)
- Can/Will/Should + onderwerp + stam van het werkwoord? (Can she swim?)
Voorbeelden
Are you ready?
Nederlands: Ben je klaar?
Do they play football?
Nederlands: Spelen zij voetbal?
Is it raining?
Nederlands: Regent het?
Can you help me?
Nederlands: Kun je me helpen?
Tips
- Begin de vraag altijd met het juiste hulpwerkwoord of werkwoord.
- Gebruik 'do/does' niet met het werkwoord 'to be'. Gebruik 'is/are/am'.
- Na 'do/does/can/will' gebruik je altijd de stam van het werkwoord.
Uitzonderingen en randgevallen
- Bij het werkwoord 'to be' gebruik je geen 'do/does'.
- In korte antwoorden herhaal je het hulpwerkwoord: 'Yes, I am.' / 'No, I don't.'