Taal
Engels
Niveau
A1
Eenheid
Nouns and Articles
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

In het Engels geeft een enkelvoudig zelfstandig naamwoord aan dat het om één ding gaat, en een meervoud om meer dan één.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik enkelvoud als je over één persoon, dier of ding praat. Gebruik meervoud voor twee of meer.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

There is one apple.

Nederlands: Er is één appel.

There are two apples.

Nederlands: Er zijn twee appels.

I have three dogs.

Nederlands: Ik heb drie honden.

The baby is sleeping.

Nederlands: De baby slaapt.

The babies are sleeping.

Nederlands: De baby's slapen.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen