De leraar praat en de studenten luisteren.
- Taal
- Nederlands
- Niveau
- B2
- Eenheid
- Bijzinnen en samengestelde zinnen
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
In het Nederlands betekent 'gebruik van congruentie in samengestelde zinnen' dat het werkwoord in elke (deel)zin moet overeenkomen met het onderwerp in persoon en getal, ook als er meerdere zinnen in één zin staan.
Wanneer je het gebruikt
Je gebruikt congruentie in samengestelde zinnen wanneer je zinnen maakt met meerdere (deel)zinnen, zoals bij nevenschikkingen en onderschikkingen. In elke (deel)zin moet het werkwoord bij het onderwerp passen.
Belangrijke vormen
- Het meisje leest een boek en haar broer speelt buiten.
- De kinderen lachen omdat zij blij zijn.
- Ik weet dat hij morgen komt.
Voorbeelden
Zij zegt dat ze morgen vertrekt.
Wij werken hard omdat we goede cijfers willen halen.
Mijn ouders reizen vaak, maar mijn zus blijft thuis.
Tips
- Let erop dat het werkwoord in elke (deel)zin bij het onderwerp past.
- In bijzinnen kunnen onderwerp en werkwoord uit elkaar staan. Gebruik toch de juiste werkwoordsvorm.
- Gebruik niet dezelfde werkwoordsvorm voor verschillende onderwerpen, tenzij ze beide enkelvoud of beide meervoud zijn.
Uitzonderingen en randgevallen
- In informele spreektaal wordt het onderwerp soms weggelaten in de tweede (deel)zin als het hetzelfde is als in de eerste, maar dit is niet correct in geschreven Nederlands.