- Taal
- Turks
- Niveau
- B1
- Eenheid
- Zamirler ve Ekleri
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
In het Turks worden bezitsachtervoegsels (iyelik ekleri) aan zelfstandige naamwoorden toegevoegd om bezit aan te geven (zoals 'mijn', 'jouw', 'zijn/haar', enz.). In plaats van een los woord, plak je het achtervoegsel direct aan het woord.
Wanneer je het gebruikt
Gebruik de bezitsachtervoegsels als je wilt aangeven dat iets van iemand is (bijvoorbeeld: mijn boek, jouw huis, hun auto). In het Turks hoef je geen los woord voor 'mijn' of 'jouw' te gebruiken; je plakt het achtervoegsel direct aan het zelfstandig naamwoord.
Belangrijke vormen
- benim: -im/-ım/-um/-üm (kitabım)
- senin: -in/-ın/-un/-ün (kitabın)
- onun: -i/-ı/-u/-ü (kitabı)
- bizim: -imiz/-ımız/-umuz/-ümüz (kitabımız)
- sizin: -iniz/-ınız/-unuz/-ünüz (kitabınız)
- onların: -leri/-ları (kitapları)
Voorbeelden
Arabam yeni.
Nederlands: Mijn auto is nieuw.
Senin kedin çok tatlı.
Nederlands: Jouw kat is heel schattig.
Onun çantası burada.
Nederlands: Haar/Zijn tas is hier.
Evimiz büyük.
Nederlands: Ons huis is groot.
Onların çocukları okulda.
Nederlands: Hun kinderen zijn op school.
Tips
- Het bezitsachtervoegsel verandert volgens klinkerharmonie. Kijk naar de laatste klinker van het woord voor de juiste vorm.
- Gebruik meestal geen los voornaamwoord (benim, senin, etc.) tenzij je wilt benadrukken.
- Bij meervoud voeg je eerst het meervoudsachtervoegsel (-ler/-lar) toe, daarna het bezitsachtervoegsel (bijvoorbeeld: kitaplarım = mijn boeken).
Uitzonderingen en randgevallen
- Bij familie- en lichaamswoorden (zoals 'annem', 'babam') wordt vaak geen los voornaamwoord gebruikt.
- Sommige onregelmatige woorden veranderen of verliezen een klinker als het achtervoegsel wordt toegevoegd (bijvoorbeeld: 'göz' → 'gözüm').