- Taal
- Turks
- Niveau
- A0
- Eenheid
- Yardımcı kelimeler ve temel fiiller
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
In het Turks wordt bezit aangegeven met het woord 'var' (er is/zijn) en bezitsachtervoegsels, niet met een werkwoord zoals 'hebben'.
Wanneer je het gebruikt
Gebruik 'var' met bezitsachtervoegsels om aan te geven wat iemand heeft. Gebruik 'yok' voor ontkenningen.
Belangrijke vormen
- Benim ...-im var
- Senin ...-in var
- Onun ...-i var
- Bizim ...-imiz var
- Sizin ...-iniz var
- Onların ...-i var
- olumsuz: yok
Voorbeelden
Benim bir kitabım var.
Nederlands: Ik heb een boek.
Onun bir kız kardeşi var.
Nederlands: Hij heeft een zus.
Onların zamanı yok.
Nederlands: Zij hebben geen tijd.
Onun yeni bir telefonu var.
Nederlands: Zij heeft een nieuwe telefoon.
Tips
- Gebruik altijd het juiste bezitsachtervoegsel voor het onderwerp.
- Voor ontkenningen vervang je 'var' door 'yok'.
- Woordvolgorde is meestal: [bezitter] [voorwerp met achtervoegsel] var/yok.
Uitzonderingen en randgevallen
- In gesproken Turks wordt soms alleen 'var' of 'yok' gebruikt als de context duidelijk is.