- Taal
- Turks
- Niveau
- A0
- Eenheid
- Yardımcı kelimeler ve temel fiiller
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
In het Turks wordt het concept van 'zijn' uitgedrukt met achtervoegsels die aan het zelfstandig naamwoord of bijvoeglijk naamwoord worden toegevoegd, niet als een apart woord. Er is geen zelfstandig werkwoord voor 'zijn' in de tegenwoordige tijd.
Wanneer je het gebruikt
Gebruik deze achtervoegsels om te zeggen wie iemand is, wat iets is, of hoe iemand zich voelt. Voor ontkenningen gebruik je 'değil'.
Belangrijke vormen
- Ben ...-im/-ım/-um/-üm
- Sen ...-sin/-sın/-sun/-sün
- O ...
- Biz ...-iz/-ız/-uz/-üz
- Siz ...-siniz/-sınız/-sunuz/-sünüz
- Onlar ...-lar/-ler
- olumsuz: değil
Voorbeelden
Ben hazırım.
Nederlands: Ik ben klaar.
O benim öğretmenim.
Nederlands: Zij is mijn leraar.
Onlar evde.
Nederlands: Zij zijn thuis.
Biz geç değiliz.
Nederlands: Wij zijn niet laat.
Tips
- Achtervoegsels veranderen afhankelijk van het onderwerp en klinkerharmonie.
- Voor ontkenningen voeg je 'değil' toe vóór het achtervoegsel.
- In de derde persoon enkelvoud (hij/zij/het) is er geen achtervoegsel in de tegenwoordige tijd.
Uitzonderingen en randgevallen
- In korte antwoorden herhaalt het Turks het werkwoord 'zijn' niet, maar kan 'evet' (ja) of 'hayır' (nee) met het onderwerp gebruiken.