Taal
Spaans
Niveau
B1
Eenheid
Conjunciones y oraciones subordinadas
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

In het Spaans zijn 'oraciones subordinadas adjetivas' betrekkelijke bijzinnen. Ze geven extra informatie over een zelfstandig naamwoord in de hoofdzin, net als een bijvoeglijk naamwoord.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik deze zinnen in het Spaans om duidelijk te maken over welke persoon, zaak of plaats je het hebt, of om extra details toe te voegen aan een zelfstandig naamwoord.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

El libro que leo es interesante.

Nederlands: Het boek dat ik lees is interessant.

La chica que vive aquí es mi amiga.

Nederlands: Het meisje dat hier woont is mijn vriendin.

Conozco a una persona que habla español.

Nederlands: Ik ken een persoon die Spaans spreekt.

El hombre cuyo coche es rojo es mi vecino.

Nederlands: De man wiens auto rood is, is mijn buurman.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen