Me gusta el chocolate.
Nederlands: Ik vind chocolade lekker.
In het Spaans gebruik je werkwoorden zoals 'gustar' om te zeggen wat je leuk vindt, wat je interesseert of stoort. Deze werkwoorden werken anders: het ding dat je leuk vindt is het onderwerp, en de persoon is een indirect object.
Gebruik 'gustar' en vergelijkbare werkwoorden om te praten over wat je leuk vindt, waar je van houdt, wat je interesseert of stoort. Vaak gebruikt bij hobby's, eten of activiteiten.
Me gusta el chocolate.
Nederlands: Ik vind chocolade lekker.
Nos gustan los gatos.
Nederlands: Wij vinden katten leuk.
¿Te interesa la música?
Nederlands: Ben je geïnteresseerd in muziek?
A Juan le molesta el ruido.
Nederlands: Juan stoort zich aan het lawaai.