Taal
Spaans
Niveau
A2
Eenheid
Verbos modales y especiales
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Modale werkwoorden in het Spaans zijn 'poder', 'querer', 'tener que' en 'deber'. Ze worden gebruikt om mogelijkheid, wens, verplichting of noodzaak uit te drukken. Ze worden gevolgd door een ander werkwoord in de infinitief.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik deze werkwoorden in het Spaans om te zeggen wat je kunt doen, wilt doen, moet doen of zou moeten doen. Ze zijn erg gebruikelijk in dagelijkse gesprekken, bijvoorbeeld bij het maken van plannen, vragen om toestemming of advies geven.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Puedo hablar español.

Nederlands: Ik kan Spaans spreken.

Quiero aprender más.

Nederlands: Ik wil meer leren.

Tengo que trabajar mañana.

Nederlands: Ik moet morgen werken.

Debes descansar un poco.

Nederlands: Je moet een beetje rusten.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen