Taal
Spaans
Niveau
A1
Eenheid
Formas y uso de los verbos
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

In het Spaans gebruik je 'gustar' en vergelijkbare werkwoorden om te zeggen wat je leuk vindt, wat je interesseert of stoort. De structuur is anders: het ding dat je leuk vindt is het onderwerp, en degene die het leuk vindt wordt aangegeven met een indirect objectpronomen.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik deze structuur om te praten over dingen, activiteiten of mensen die je leuk vindt, geweldig vindt, interessant vindt of die je storen. Andere veelgebruikte werkwoorden met deze structuur zijn 'encantar' (geweldig vinden), 'interesar' (interesseren), en 'molestar' (storen).

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Me gusta el chocolate.

Nederlands: Ik vind chocolade lekker.

¿Te gustan los perros?

Nederlands: Vind jij honden leuk?

A Juan le encanta la música.

Nederlands: Juan houdt van muziek.

Nos interesan los idiomas.

Nederlands: Talen interesseren ons.

A ellos les molesta el ruido.

Nederlands: Zij hebben last van lawaai.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen