Taal
Duits
Niveau
B1
Eenheid
Negation und Mengenangaben
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

In het Duits zijn 'Zahlen' de getallen (1, 2, 3...) en 'Ordnungszahlen' de rangtelwoorden (eerste, tweede, derde...). Ze worden gebruikt om te tellen en om de volgorde aan te geven.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik 'Zahlen' om dingen, mensen of hoeveelheden te tellen. 'Ordnungszahlen' gebruik je om een volgorde of positie aan te geven, bijvoorbeeld bij data, plaatsen of verdiepingen (zoals de eerste verdieping of de derde dag).

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Ich habe drei Bücher.

Nederlands: Ik heb drie boeken.

Heute ist der erste Mai.

Nederlands: Vandaag is het de eerste mei.

Mein Geburtstag ist am zwölften Januar.

Nederlands: Mijn verjaardag is op twaalf januari.

Er kommt als zweiter ins Ziel.

Nederlands: Hij komt als tweede over de finish.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen