Ich habe drei Bücher.
Nederlands: Ik heb drie boeken.
In het Duits zijn 'Zahlen' de getallen (1, 2, 3...) en 'Ordnungszahlen' de rangtelwoorden (eerste, tweede, derde...). Ze worden gebruikt om te tellen en om de volgorde aan te geven.
Gebruik 'Zahlen' om dingen, mensen of hoeveelheden te tellen. 'Ordnungszahlen' gebruik je om een volgorde of positie aan te geven, bijvoorbeeld bij data, plaatsen of verdiepingen (zoals de eerste verdieping of de derde dag).
Ich habe drei Bücher.
Nederlands: Ik heb drie boeken.
Heute ist der erste Mai.
Nederlands: Vandaag is het de eerste mei.
Mein Geburtstag ist am zwölften Januar.
Nederlands: Mijn verjaardag is op twaalf januari.
Er kommt als zweiter ins Ziel.
Nederlands: Hij komt als tweede over de finish.