- Taal
- Duits
- Niveau
- B1
- Eenheid
- Nomen, Fälle und Pronomen
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
De genitief is een naamval in het Duits die bezit of een relatie tussen zelfstandige naamwoorden aangeeft. Het antwoordt vaak op de vraag 'wiens?'.
Wanneer je het gebruikt
Gebruik de genitief om aan te geven dat iets van iemand is, na bepaalde voorzetsels (zoals während, trotz, wegen, statt) en in vaste uitdrukkingen.
Belangrijke vormen
- des + (e)s bij mannelijke en onzijdige zelfstandige naamwoorden (enkelvoud)
- der bij vrouwelijke en meervoud zelfstandige naamwoorden
- Voeg -(e)s toe aan mannelijke en onzijdige zelfstandige naamwoorden (enkelvoud)
Voorbeelden
Das Auto des Mannes ist neu.
Nederlands: De auto van de man is nieuw.
Die Farbe des Hauses ist blau.
Nederlands: De kleur van het huis is blauw.
Während des Urlaubs haben wir viel gesehen.
Nederlands: Tijdens de vakantie hebben we veel gezien.
Trotz des Regens gehen wir spazieren.
Nederlands: Ondanks de regen gaan we wandelen.
Tips
- Vergeet niet -(e)s toe te voegen aan mannelijke en onzijdige zelfstandige naamwoorden (enkelvoud).
- Vrouwelijke en meervoud zelfstandige naamwoorden veranderen niet in de genitief.
- In gesproken Duits wordt vaak 'von' + datief gebruikt in plaats van de genitief.
Uitzonderingen en randgevallen
- Sommige mannelijke zelfstandige naamwoorden krijgen in de genitief de uitgang -en in plaats van -(e)s (bijv. 'des Jungen').
- Eigennamen krijgen soms alleen een 's' (bijv. 'Karls Buch').