Das ist mein Hund.
Nederlands: Dat is mijn hond.
Possessivpronomen zijn Duitse woorden zoals 'mein', 'dein', 'sein', enzovoort, die aangeven van wie iets is.
Gebruik Possessivpronomen in het Duits om aan te geven dat iets van iemand is of om relaties aan te duiden, bijvoorbeeld: 'mijn boek', 'haar auto', 'ons huis'.
Das ist mein Hund.
Nederlands: Dat is mijn hond.
Wo ist dein Schlüssel?
Nederlands: Waar is jouw sleutel?
Sein Auto ist neu.
Nederlands: Zijn auto is nieuw.
Unsere Lehrerin ist freundlich.
Nederlands: Onze lerares is vriendelijk.
Ist das euer Haus?
Nederlands: Is dat jullie huis?