Ich beeile mich.
Nederlands: Ik haast me.
Reflexieve voornaamwoorden in het Duits gebruik je als iemand iets bij zichzelf doet, bijvoorbeeld 'zich wassen' of 'zich haasten'.
Gebruik reflexieve voornaamwoorden in het Duits bij werkwoorden waarbij het onderwerp en het object dezelfde persoon zijn. Sommige Duitse werkwoorden hebben altijd een reflexief voornaamwoord nodig.
Ich beeile mich.
Nederlands: Ik haast me.
Du setzt dich.
Nederlands: Jij gaat zitten.
Er freut sich.
Nederlands: Hij is blij.
Wir treffen uns heute.
Nederlands: Wij ontmoeten elkaar vandaag.
Ihr wascht euch.
Nederlands: Jullie wassen je.