Taal
Duits
Niveau
A2
Eenheid
Pronomen
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Reflexieve voornaamwoorden in het Duits gebruik je als iemand iets bij zichzelf doet, bijvoorbeeld 'zich wassen' of 'zich haasten'.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik reflexieve voornaamwoorden in het Duits bij werkwoorden waarbij het onderwerp en het object dezelfde persoon zijn. Sommige Duitse werkwoorden hebben altijd een reflexief voornaamwoord nodig.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Ich beeile mich.

Nederlands: Ik haast me.

Du setzt dich.

Nederlands: Jij gaat zitten.

Er freut sich.

Nederlands: Hij is blij.

Wir treffen uns heute.

Nederlands: Wij ontmoeten elkaar vandaag.

Ihr wascht euch.

Nederlands: Jullie wassen je.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen