Taal
Duits
Niveau
A2
Eenheid
Pronomen
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Persoonlijke voornaamwoorden in het Duits zijn woorden zoals 'ich', 'du', 'er', enzovoort, die verwijzen naar mensen of dingen en zelfstandige naamwoorden vervangen.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik Duitse persoonlijke voornaamwoorden om over jezelf, andere mensen of dingen te praten zonder telkens de naam te herhalen. Ze worden gebruikt als onderwerp of als lijdend/meewerkend voorwerp in de zin.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Ich komme aus Deutschland.

Nederlands: Ik kom uit Duitsland.

Du bist mein Freund.

Nederlands: Jij bent mijn vriend.

Sie liest ein Buch.

Nederlands: Zij leest een boek.

Wir spielen Fußball.

Nederlands: Wij spelen voetbal.

Er kennt mich.

Nederlands: Hij kent mij.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen