Ich komme aus Deutschland.
Nederlands: Ik kom uit Duitsland.
Persoonlijke voornaamwoorden in het Duits zijn woorden zoals 'ich', 'du', 'er', enzovoort, die verwijzen naar mensen of dingen en zelfstandige naamwoorden vervangen.
Gebruik Duitse persoonlijke voornaamwoorden om over jezelf, andere mensen of dingen te praten zonder telkens de naam te herhalen. Ze worden gebruikt als onderwerp of als lijdend/meewerkend voorwerp in de zin.
Ich komme aus Deutschland.
Nederlands: Ik kom uit Duitsland.
Du bist mein Freund.
Nederlands: Jij bent mijn vriend.
Sie liest ein Buch.
Nederlands: Zij leest een boek.
Wir spielen Fußball.
Nederlands: Wij spelen voetbal.
Er kennt mich.
Nederlands: Hij kent mij.