- Taal
- Duits
- Niveau
- A2
- Eenheid
- Zeiten und Verbkonstruktionen
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
De imperatief is de gebiedende wijs in het Duits. Hiermee geef je iemand een opdracht, instructie of verzoek.
Wanneer je het gebruikt
Gebruik de imperatief in het Duits om directe bevelen, instructies, adviezen of verzoeken te geven. Dit kan informeel (familie, vrienden) of formeel met 'Sie'.
Belangrijke vormen
- Voor 'du': Gebruik de stam van het werkwoord zonder 'du': Geh!
- Voor 'ihr': Stam + 't' zonder 'ihr': Geht!
- Voor 'Sie': Werkwoord + Sie: Gehen Sie!
Voorbeelden
Komm hierher!
Nederlands: Kom hier!
Macht die Hausaufgaben!
Nederlands: Maak het huiswerk!
Lesen Sie bitte den Text.
Nederlands: Leest u alstublieft de tekst.
Sei ruhig!
Nederlands: Wees stil!
Tips
- Gebruik het persoonlijk voornaamwoord (du, ihr) niet in de imperatiefzin.
- Sommige werkwoorden zijn onregelmatig: 'Sei' (niet 'Bist') voor 'sein'.
- Gebruik 'bitte' voor beleefdheid.
Uitzonderingen en randgevallen
- Sommige werkwoorden zijn onregelmatig in de imperatief, zoals 'sein' (Sei!/Seid!/Seien Sie!) en 'haben' (Hab!/Habt!/Haben Sie!).
- Bij werkwoorden op -eln of -ern wordt soms een extra -e toegevoegd: 'Handle vorsichtig!'