Taal
Duits
Niveau
A2
Eenheid
Zeiten und Verbkonstruktionen
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Futur I is de Duitse toekomende tijd. Je gebruikt het om te praten over dingen die in de toekomst gaan gebeuren.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik Futur I voor plannen, voorspellingen of gebeurtenissen in de toekomst. Soms ook voor vermoedens over het heden.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Ich werde morgen einkaufen.

Nederlands: Ik ga morgen boodschappen doen.

Wir werden am Wochenende reisen.

Nederlands: Wij gaan in het weekend reizen.

Du wirst das Buch lesen.

Nederlands: Jij zult het boek lezen.

Sie wird später anrufen.

Nederlands: Zij zal later bellen.

Tips

Verder verkennen