Taal
Duits
Niveau
A2
Eenheid
Fälle
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

De genitief is een naamval in het Duits die bezit of een relatie tussen zelfstandige naamwoorden aangeeft. Het beantwoordt vaak de vraag 'van wie?'.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik de genitief in het Duits om aan te geven dat iets bij iemand hoort of om relaties tussen zelfstandige naamwoorden te tonen. Ook wordt het gebruikt na bepaalde voorzetsels en in vaste uitdrukkingen.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Das ist das Auto des Lehrers.

Nederlands: Dat is de auto van de leraar.

Die Farbe des Himmels ist blau.

Nederlands: De kleur van de lucht is blauw.

Das Buch der Schülerin liegt auf dem Tisch.

Nederlands: Het boek van de leerlinge ligt op de tafel.

Die Tür des Hauses ist offen.

Nederlands: De deur van het huis is open.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen