- Taal
- Duits
- Niveau
- A2
- Eenheid
- Fälle
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
De genitief is een naamval in het Duits die bezit of een relatie tussen zelfstandige naamwoorden aangeeft. Het beantwoordt vaak de vraag 'van wie?'.
Wanneer je het gebruikt
Gebruik de genitief in het Duits om aan te geven dat iets bij iemand hoort of om relaties tussen zelfstandige naamwoorden te tonen. Ook wordt het gebruikt na bepaalde voorzetsels en in vaste uitdrukkingen.
Belangrijke vormen
- Des Mannes Hut (mannelijk enkelvoud: voeg -es of -s toe aan het zelfstandig naamwoord, lidwoord wordt 'des')
- Der Frau Tasche (vrouwelijk enkelvoud: lidwoord wordt 'der', zelfstandig naamwoord blijft gelijk)
- Des Kindes Spielzeug (onzijdig enkelvoud: voeg -es of -s toe, lidwoord wordt 'des')
- Der Kinder Bücher (meervoud: lidwoord wordt 'der', zelfstandig naamwoord blijft gelijk)
Voorbeelden
Das ist das Auto des Lehrers.
Nederlands: Dat is de auto van de leraar.
Die Farbe des Himmels ist blau.
Nederlands: De kleur van de lucht is blauw.
Das Buch der Schülerin liegt auf dem Tisch.
Nederlands: Het boek van de leerlinge ligt op de tafel.
Die Tür des Hauses ist offen.
Nederlands: De deur van het huis is open.
Tips
- De genitief wordt minder vaak gebruikt in gesproken Duits; vaak gebruikt men 'von' + datief.
- Vergeet niet het lidwoord te veranderen en bij mannelijke en onzijdige woorden -s of -es toe te voegen.
- Sommige voorzetsels (zoals 'während', 'trotz', 'wegen') vereisen altijd de genitief.
Uitzonderingen en randgevallen
- Sommige mannelijke en onzijdige zelfstandige naamwoorden krijgen alleen -s, andere -es. Korte woorden meestal -es, langere -s.
- In de spreektaal wordt de genitief vaak vervangen door 'von' + datief.