- Taal
- Duits
- Niveau
- A2
- Eenheid
- Zeiten und Verbkonstruktionen
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
Het Partizip II is een Duitse werkwoordsvorm. Het wordt gebruikt om voltooide handelingen aan te geven, vooral in het verleden.
Wanneer je het gebruikt
Het Partizip II wordt gebruikt om de Perfekt (voltooide tijd) te vormen met 'haben' of 'sein', voor de lijdende vorm (passief), en soms als bijvoeglijk naamwoord.
Belangrijke vormen
- Veel regelmatige werkwoorden: ge- + stam + -t (bijv. gemacht, gespielt)
- Veel onregelmatige werkwoorden: ge- + veranderde stam + -en (bijv. gegangen, geschrieben)
- Sommige werkwoorden hebben geen 'ge-' (bijv. besucht, erzählt)
Voorbeelden
Ich habe das Buch gelesen.
Nederlands: Ik heb het boek gelezen.
Wir sind nach Hause gegangen.
Nederlands: Wij zijn naar huis gegaan.
Er hat Pizza gegessen.
Nederlands: Hij heeft pizza gegeten.
Sie hat Musik gehört.
Nederlands: Zij heeft muziek geluisterd.
Tips
- De meeste werkwoorden gebruiken 'haben' als hulpwerkwoord, maar werkwoorden van beweging of verandering gebruiken vaak 'sein'.
- Let op 'ge-' aan het begin en '-t' of '-en' aan het einde, vooral bij onregelmatige werkwoorden.
- Werkwoorden met voorvoegsels als 'be-', 'ver-', 'er-' krijgen geen 'ge-'.
Uitzonderingen en randgevallen
- Onregelmatige werkwoorden kunnen een andere stam hebben en eindigen op '-en'.
- Werkwoorden met onscheidbare voorvoegsels ('be-', 'ver-', 'er-', enz.) krijgen geen 'ge-'.
- Sommige werkwoorden hebben dezelfde vorm in Partizip II als in het infinitief (bijv. 'bleiben' → 'geblieben').