- Taal
- Duits
- Niveau
- A2
- Eenheid
- Adjektive und Vergleich
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
Adjectiefverbuiging in de accusatief betekent dat het bijvoeglijk naamwoord in het Duits een andere uitgang krijgt als het een zelfstandig naamwoord beschrijft dat het lijdend voorwerp is.
Wanneer je het gebruikt
Gebruik de adjectiefverbuiging in de accusatief als een bijvoeglijk naamwoord een zelfstandig naamwoord beschrijft dat het lijdend voorwerp is in de zin.
Belangrijke vormen
- den + adjectief(-en) + mannelijk zelfstandig naamwoord: Ich sehe den großen Hund.
- die + adjectief(-e) + vrouwelijk zelfstandig naamwoord: Ich habe die schöne Blume.
- das + adjectief(-e) + onzijdig zelfstandig naamwoord: Wir kaufen das neue Auto.
- die + adjectief(-en) + meervoud: Ich esse die roten Äpfel.
Voorbeelden
Ich sehe den kleinen Hund.
Nederlands: Ik zie de kleine hond.
Sie kauft die rote Jacke.
Nederlands: Zij koopt het rode jasje.
Wir trinken das kalte Wasser.
Nederlands: Wij drinken het koude water.
Er isst die frischen Tomaten.
Nederlands: Hij eet de verse tomaten.
Tips
- Let altijd op het lidwoord (den, die, das) om de juiste adjectiefuitgang te kiezen.
- Bij mannelijke woorden met 'den' gebruik je '-en' als uitgang.
- Bij vrouwelijke, onzijdige en meervoud met bepaald lidwoord (die, das, die) gebruik je '-e' of '-en'.
Uitzonderingen en randgevallen
- Als er geen lidwoord is of een onbepaald lidwoord (ein, eine), veranderen de uitgangen. Leer deze vormen apart.