Taal
Duits
Niveau
A1
Eenheid
Adjektive und Zahlen
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Duitse getallen (Zahlen) zijn woorden die je gebruikt om te tellen, hoeveelheden aan te geven, tijden, prijzen en data te zeggen. Ze zijn belangrijk voor eenvoudige communicatie in het Duits.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik Duitse getallen om voorwerpen te tellen, je leeftijd te zeggen, telefoonnummers te geven, de tijd te noemen, over prijzen te praten en data te benoemen.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Ich habe drei Bücher.

Nederlands: Ik heb drie boeken.

Mein Bruder ist acht Jahre alt.

Nederlands: Mijn broer is acht jaar oud.

Es kostet fünf Euro.

Nederlands: Het kost vijf euro.

Heute ist der erste Mai.

Nederlands: Vandaag is het de eerste mei.

Meine Telefonnummer ist null eins zwei.

Nederlands: Mijn telefoonnummer is nul een twee.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen